De rijkdom van eenvoud

Op dagen als deze mis ik mijn schoonmoeder. Mijn schoonmoeder, jawel. Er viel veel over te zeggen. Ze was te slordig, te nonchalant, misschien zelfs lui. Maar ze genoot van het leven als geen ander. Van een portooken in goed gezelschap. Van een vers gebakken ei dat haar maag niet verdroeg maar haar goesting niet kon weerstaan. Aan de ronde tafel met de toile ciré naar buiten kijken. Elke beweging boeide haar. Een groet voor iedere passant. De sleutels van alle geburen bijhouden – en ook hun persoonlijke agenda. Eenvoud. Geen gedoe. Ook niet op kerstavond.
De bakker-aan-huis leverde in de namiddag een kerstbuchke – groot genoeg. Het was voor twee – voor haarzelf en voor ons Mieleke, haar schoonbroer, de enige overlevende van het grote gezin waar ze meer dan vijftig jaar eerder was ingetrouwd. Ze deelden alles behalve het bed. Liefde heeft vele vormen.
‘Ga, Mieleke,’ zei ze dan – want commanderen dat kon ze – ‘haal een fleske wijn.’ Wij kinderen liepen in de vooravond eens binnen. Daar zaten ze. De wijn gechambreerd, de taart in de aanslag. En als we naar onze overvloedige tafels vertrokken wisten we hoeveel we achterlieten. Hoe ontelbaar veel. Daar denk ik nu aan.
Ze zijn er niet meer, geen van beide. Maar de rijkdom van de eenvoud onthielden we. Geen foie gras vanavond. Op verzoek van de kinderen – allemaal twintigers – schaft de kerstpot ballekes in tomatensaus. Met een glaasje wijn voor de gelegenheid. Straks zal wel iemand memè en Mieleke een plaats geven aan tafel, in een of andere warme herinnering.

Moe en Milleken

Advertenties

Zotte doos ondanks alles

Ik heb me proberen voor te stellen hoe dat voelt. Je zit tegenover een arts. Naïef ben je niet. Je doorliep een hele procedure omdat er iets aan de hand lijkt. Je hebt de voorbije dagen geprobeerd om positief te denken. Of misschien vooral om niet te denken. Zoals aloude Dehaene zaliger graag afwimpelde: de problemen oplossen als ze zich voordoen.
Voor de zekerheid heb je toch maar je partner meegenomen. Met twee luistert beter en stél. En dan komt het. Iets over hoopvol en behandeling, maar je hoort alleen kwaadaardig en weghalen.

Als ik me voorstel hoe grond vanonder de voeten halen voelt, dan lijkt het daar op. Ikzelf maakte het nog niet mee. Veel, heel veel vrouwen, wel. Ze ondergingen screenings en echo’s en mammo’s en dan viel het verdict: u heeft borstkanker. Bàf.
De vrouw in jezelf is sterk en trots. Die wil verder, voortleven, meer geven, liefhebben. Maar de vrouw in jezelf is ook kwetsbaar, werd diep gekwetst, wil zichzelf omarmen maar weet niet hoe. Hoe troost je, ondersteun je, onderga je…? Hoe vinden we elkaar?

Toen ik als schrijfcoach mee in het project ‘101 ideeën om te ondersteunen bij borstkanker’ stapte, had ik me niet kunnen voorstellen wat  een ongelooflijke dames er op mijn pad zouden komen. Vrouwen die zelf door de ziekte en behandeling gingen of besloten om dat niet te doen. Allemaal ondergingen ze de confrontatie met borstkanker, zelf of in hun directe omgeving. Een bedrukte sfeer? Vergeet het! Eens een zotte doos, altijd een zotte doos.

Het project gaat uit van de – overigens wetenschappelijk bewezen – premisse: voor wie met liefde wordt omringd, stijgen de herstelkansen. Welaan dan, beminnen zullen we, op alle manieren. Zelfs met die zware diagnose, en zelfs met een verminkt lichaam kan/mag/moet je je vrouwelijkheid blijven beleven, plezier en liefde in het leven – hoe breekbaar ook-  toelaten.

De taal van de liefde heeft vele vormen. Van zeg het met bloemen tot de vuilbakken buitenzetten.  Het boekje wil op een prettige en sensitieve manier gesprek en hulp faciliteren. Ben jij de zieke, dan is het best lastig om hulp te vragen. Maar voor je geliefden en vrienden is het vaak even moeilijk om hulp te bieden. Men wil graag helpen, maar weet niet hoe, men wil graag praten maar vindt geen woorden. Kathleen, Cathérine, Marleen, Carina…  hertalen hun persoonlijke ervaring in suggesties. En dat gaat alle kanten op: van een kaalgeschoren punkma tot een groente-inmaakdag of een mindfulness-sessie.

Een heilzame, helende, liefdevolle omgeving maken om het herstelproces positief te beïnvloeden: het is niet eens zo moeilijk. Er is zo veel dat je kan doen. De behandeling is één weg, maar er zijn er vele andere om te ondersteunen, te versterken. En er zijn geen taboes. Als wiet helpt, dan moet dat kunnen.

Marleen is nooit een fotomodel geweest. Maar sinds haar operatie loopt ze defilés. Ja, ze verloor een borst. En ook ja, ze vond het heel erg moeilijk om dat te aanvaarden. Maar er was haar man, die van haar bleef houden. Er waren de kinderen, met wie mama eerlijk in gesprek bleef gaan. En er waren de zovele andere vrouwen waarmee Marleen zich verbonden voelde, alsmaar hechter. Daarom toont ze haar sterkte door haar kwetsbaarheid te laten zien. Getroffen door ziekte en weer opgestaan, om vervolgens het leven te omarmen en anderen daar toe aan te sporen. Leef het leven, voluit, ondanks alles.

Geloof me. Het is een voorrecht om zo’n vrouwen tot je vriendinnen te mogen rekenen.

www.101ideeen.com

boekje

Vrouw wordt procedure

boekje

 

Sandra De Preeter heeft me getroffen. Maar zij niet alleen. Als succesvolle vrouw in business spreekt ze tot de verbeelding. Ook tot de mijne. Maar eigenlijk is het niet de business die de tonen zet – wat vergissen we ons daar vaak in – maar het leven zelf. Een inzicht dat Sandra, op de pagina’s die ik er over heb gelezen, bevestigt.

Ik schrijf voor mijn beroep, maar ik verzin geen verhalen. Ik geef woorden aan het verhaal van anderen, aan hun boodschap, engagement, onderzoek – vaak hun missie. Dat veronderstelt dat je even mee mag surfen, ondergaan en weer bovenkomen in het leven van anderen. In het leven van vrouwen met borstkanker, bijvoorbeeld.

Het startte – voor mij althans – in de nazomer van vorig jaar. Een professioneel contact zocht me  op voor een niet-professionele vraag. Er was een diagnose voor pre-borstkanker en na de schok de vaststelling dat de vrouw in dit verhaal gewoon werd uitgeschakeld. Vrouw wordt procedure. Er is een weg naar herstel, doorgaans één, met betrekkelijk weinig zijsprongen. Artsen en verpleegkundigen zijn vooral deskundig in die vorm van geneeskunde die traditioneel voorwerp uitmaakt van studie en onderzoek. En wat een opluchting is dat, dat er zoveel kennis en kunde is en wordt verzameld. Maar het ontbreekt vaak beangstigend aan holistisch inzicht.

Een vrouw is meer dan een knobbel, meer dan borst, meer dan een procedure. Bovendien is zo’n procedure maar een halve waarheid, er zijn nog wel andere, aanvullende, vervangende, ondersteunende processen mogelijk. Alleen: zo ver komt het in de bespreking van de diagnose en aanpak zelden of nooit.

Kathleen is er de vrouw niet naar zich vast te rijden in negatieve vaststellingen. Ze heeft ervaring met het beste uit anderen naar boven te halen en is vastberaden dat nu ook voor zichzelf te doen. Een deel van haar initiële verontwaardiging zet ze om in een zoektocht naar alternatieven die ze verzamelt op een blog. Maar ze wil nog een stap verder zetten: hoe kan ik vrouwen helpen om zich positief te omringen? Kathleen heeft wel 101 ideeën. En dan haar vraag: wat denk je van een boekje? Een vrijwillig engagement langs beide kanten?

Ik denk aan Karolien, nu bijna vijftien jaar geleden. Ze zou nooit 40 worden en de pubers die ze achterliet niet tot fijne volwassenen zien opgroeien. Ik denk aan de angst die haar zo vaak in zijn greep kreeg. En ik vraag me af of ik die laatste dagen een goede vriendin voor haar ben geweest. Ik zeg ja.

Nooit had ik kunnen voorzien waar me dat zou brengen. Hoe veel ontroering, kennis, girlpower er daardoor op mijn weg zouden komen. Kathleen stak het vuur aan een lont dat zich zo snel uitbreidde: vrouwen met borstkanker, het zijn er 1 op 7. Velen van hen gaan met opgeheven hoofd door een moeilijke tijd, komen er sterker, krachtiger en ondanks alles vrouwelijker uit. Hun gedrevenheid om anderen – soulsisters – comfort te bieden vanuit hun soms akelige persoonlijke ervaringen is groot.
Ik hoorde over liefde, macro-biotiek, dood. Ik deelde emoties en levenslessen, ik proefde van een verbondenheid tussen vrouwen die ik nog nooit eerder had ervaren. Vrouwen die ik niet kende en die meteen tot essenties doorgingen. Ik ging onder en kwam weer naar boven.

Het werd een boekje met 101 ideeën om te ondersteunen bij borstkanker. En het vertrekt waar alle leven begint: uit liefde.
www.101ideeen.com

Tour de Gand

Op de dag dat in De Standaard – op pagina 5 want de Ronde is zoveel belangrijker – staat dat Groenland uit zijn sloten barst, start in Gent – onder een lawine van boze emoticons op social media – het nieuwe circulatieplan.
Ik voel me oliedom en durf bijgevolg nauwelijks bekennen: ik ben helemaal niet boos, triest of verontwaardigd. Hier geen woede, hier geen moment van aarzeling om in de Gentse binnenstad – jawel, bij de zo beklaagde kleine zelfstandige – te blijven shoppen. En jazeker: ik kom van een eindweegs buiten de stad.
Ik ben dom en heb het wellicht niet begrepen want ik voel me eerder uitgedaagd, nieuwsgierig en hoopvol. Benieuwd of de ingreep gaat werken. Of Gent werkelijk de toonaangevende stad wordt (blijft?) waar ze zo van droomt. Aan lef en doorzettingsvermogen alleszins geen gebrek.
Met goesting wil ik als regelmatige bezoeker van de stad deel zijn van dit experiment – al ben ik babyboomer en zou ik dus ook al om die reden tegen moeten zijn. Maar ik lees op social media niet alleen de shit. Je vindt er ook info over de gevolgen van de smeltende ijskap in Groenland. En elders.
Zonder conservatief te willen klinken hou ik het in Vlaanderen liever droog. Dan kan de Ronde blijven rijden, ook al zal ikzelf nooit een toeschouwer zijn. Waar ik wel met verbazing sta op te kijken is de weigerachtigheid van een schijnbare meerderheid (?) om ten goede te proberen. Verandering is akelig, ja. Ik ben best wel benieuwd hoe mijn volgende rit naar Gent zal verlopen. Ik reken alvast wat meer reistijd, kwestie van het stressvrij te houden. Maar wat is een halfuurtje in een mensenleven. Verschil maken doe je trouwens niet met te blijven staan – letterlijk in de file, of figuurlijk bij een vast denkbeeld. Verstarring heeft nog nooit vernieuwing gebracht. Durf en creativiteit wel.
Hoe lang blijven we trouwens nog niets doen? Tot het water aan de lippen van onze kleinkinderen staat?

ICT die je begrijpt

caballero
Ooit een tabaksfabriek, nu een innovatie-hub.

Ik las het ergens op een display in de mooie Cabellorafabriek in Den Haag: ICT die je begrijpt. Het was niet Arthur Wentzel die zo benoemd werd. ICT is – in mijn hoofd – hardware. Arthur is een softwareman. Software can be very hard.
Ik ben een verhalenmaker en dacht lang dat ik ook goed kon luisteren. Maar dat loopt helemaal mis als het om software gaat. Ik installeer een programma of maak een account. So far so good. Eerste keer heel gelukkig. Vervolgens ga ik grenzeloos nieuwsgierig op verkenning. Blij als een kind met suikergoed. Tweede keer heel gelukkig. Maar dan begint het.
Software zou organisch zijn, op impulsen anticiperen, een haast natuurlijke logica hanteren. Wel, er is iets mis met mijn impulsen dan. Want zo werkt het niet voor mij. Hier stopt het grote geluk meestal abrupt. Het kostte me al menig kapotgebeten onderlip (opgeven doen we niet!), tot ik Arthur leerde kennen.
Arthur Wentzel ‘doceert’ WordPress in het verre Nederland. Laatst deed ik mezelf een bootcamp cadeau, met knikkende knieën, bonkend hart, droge mond en zweeteilanden richting Amsterdam. Paniekstoornis bleek echter too-taaal (we zijn in Nederland 😊) overbodig. Behendig gidste Arthur me doorheen pagina’s en categorieën, plugins en thema’s.
De toon is gewoon. Haal even een koffie, we lopen blokje om. En doe dan verder, je ziet wel. (Ik hoorde te vaak: hoezo je ziét dat niet? Hoezo dat lùkt niet bij jou? Bij Arthur: niets daarvan.) En yes: ik zag! Zal ik je eens wat bekennen? Mijn creatieve zelf werd er door uitgedaagd. Dit eens proberen, dat eens, een shortcode alhier, een plugin aldaar.
De ‘oude ICT’ was altijd functioneel, of ze nu hard was of soft. En de behendigheid ermee moest ik ‘veroveren’. Altijd die oorlog. Sinds Arthur ligt dat achter mij. Lukt het even niet, dan haal ik om de hoek een Chai Latte. Want ook dat: waar Arthur gidst, doceert, begeleidt… is de Chai Latte altijd uitstekend.
ICT die je begrijpt. Ja, zijn ICT begrijpt me. En ik de zijne.

Cécile

cecile

Sommige vrouwen kunnen meer dan andere. Ze lijken in de wieg gelegd om het verhaal van een generatie mee te bepalen, om – ongewild, maar gewoon omdat ze zo helemaal zichzelf zijn – verschil te maken in levens die ze niet eens echt kruisen. Onbedoelde rolmodellen zijn het, zich nauwelijks bewust van hun eigen impact.
Ik was tiener en op internaat bij de nonnekes in Gijzegem. Teevee was er niet, maar natuurlijk keken we in het weekend naar De Paradijsvogels. Topentertainment. Niet Werther Vandersarren maar Cecile Rigolle was ons idool. De eigenzinnige actrice die in het echte leven even ad rem kon zijn als op het scherm. Er waren vrijdagnamiddagen dat ze de kinderen kwam ophalen – haar tweeling, Sofie en Katrien, evengoed topdames, dochters van hun moeder.
Ceciles levensvreugde sprak uit haar hele verschijning. De keren dat ik haar mocht ontmoeten staan me in hart en geheugen gegrift. Ik, meisje van den buiten, elke week naar de mis, hobby lezen en breien, ik kende dat soort vrouwen niet. Ze bewoog zich als een definitie van vrijheid, helemaal gelijk met zichzelf. Haar ogen glimlachten, terwijl ze tegelijk ook ongeduld uitstraalden. Die allerenigste keer dat ik met mijn ouders bij Sofie thuis kwam, had Cécile een grote slagroomtaart op tafel staan. Moe en va konden zich niet herinneren of ze met het vorkje of het lepeltje in de koffie moesten roeren. Taart bij een televisie-persoonlijkheid daar waren ze niet zo goed in. Hoewel het een maandag-sluitingsdag was, ademden ze verlangen naar de slagerij uit. Althans de eerste paar minuten. Want Cécile was zo gewoon zichzelf dat je meteen ook weer gewoon jezelf kon zijn.  Wellicht nog jaren ging in de slagerswinkel het verhaal over de crème-fraichetaart bij Smufte van De Paradijsvogels over de toonbank. Ik heb het niet gehoord, ik zat op internaat.
Vanmorgen is Cécile overleden. Na jaren zag ik net deze zomer Sofie terug. Haar mama, dat was nog altijd die assertieve madam. Leeftijd leek geen vat op haar te hebben, of toch niet zoals je dat doorgaans om je heen met vrouwen op leeftijd ziet gebeuren. Dat hadden we online gezien, op haar facebook, in de kleine rollen die ze lang bleef aannemen. Het deed me iets, dat Cécile het licht had uitgedaan, de boeken toe. Maar ik ken haar kids. Ze dragen haar volg-je-neus-en-doe-gewoon en haar joy-de-vivre met zich mee. Wat een geruststelling. Merci, Cécile.

Guilty pleasures

Meestal staat het in het enkelvoud: guilty pleasure. Ik leid daaruit af dat je geacht wordt er maar één te hebben. Wel: ik wijk af. Ik heb er namelijk veel. Misschien besta ik zelfs alleen uit guilty pleasures, zou dat kunnen?
Moet ik ze eens opsommen? Een paar dan. Hier gaan we.
Ik verkies een bad boven een douche. Ik vind het megademaks om tot de nek ondergedompeld in heet water helemaal kreeftrood aan te lopen tot ik helemaal gelijkval met het woord ‘loom’. Opgelost in water. No-existence. Het vreemde is dat net dàt energie geeft. Kom ik als een dampende ballon uit de intussen afgekoelde badkuip en voel ik me helemaal opgeladen. Ready to go. Ik kan nog wel verhalen vertellen over water en ik. Vroeger geloofde ik niet in sterrenbeelden, intussen ben ik ook daar genuanceerder  over. Ik ben een waterman, enfin -vrouw. Misschien daarmee dat ik nooit water genoeg kan hebben? Toch is er ook schuld. Meer dan eens per week in bad. Zoveel water. De ecologische voetafdruk. Ik duw het weg en neem me telkens weer voor om morgen dan maar een douche te nemen….
Wil je er nog één? All right: Richard Gere. Mama, écht, vind jij dat nu een knappe? Vraag van de dochter van 20. Ja, wat weet zij van knappe mannen. Ik ontmoette hem ongeveer op haar leeftijd. An Officer and a Gentleman, weet je nog wel. Love lifts us up where we belong. Het was de tijd dat ik dat nog zo graag wou geloven. En hij maakte dat helemaal waar. Hij lifte zijn vriendinnetje zelfs letterlijk op. De scene staat me in het hoofd gegrift. Vijf keer op één maand heb ik de film gezien. Ik heb Richard Gere mee rijk gemaakt. En dan verlies je hem uit het oog natuurlijk, zoals dat met alle grote liefdes gaat. Ze moeten wat onmogelijk blijven, of ze zijn niet echt. Tot Netflix. En daar is hij weer. Allemaal heb ik ze herbekeken. Hoe mooi is die man. En nog altijd moet hij niets zeggen, kijken is genoeg. Ik beken: ik val op oudere mannen. En dat het filmsterren zijn geeft eigenlijk niet.
Verder drink ik veel te veel koffie-met-melk. Gelukkig ben ik al jaren op een bioversie van zowel het ene als het andere overgeschakeld of ik was intussen een wandelend vat chemicaliën. Zoals de mosselen, bleek vanochtend op het nieuws: eet eens een gastronomisch bordje plastiek. Nee dank je. Sloten koffie dus. Maar dat is het ergste niet. Ik geraak niet van de suiker af. Ik wil het zo graag. Stevia of honing. Maar die mergpijpjes altijd! Ken je ze? Zacht gebak vanbinnen, vanillecremelaagje, omzoomd met marsepein en vervolgens aan weerszijden gedopt in chocolade. Ik heb er net weer een achter de kiezen, en het is pas ochtend. Van de mergpijpjes, verlos ons Heer.

Ze hebben ook goede kanten, die guilty pleasures. Laatst had ik met een nieuwe vriendin een heel diepgaand gesprek over verantwoorde voeding, over verantwoordelijk kopen en eten. En we hadden – helemaal zoals het hoort – een pot groene biothee tussen ons in gezet, we sipten er vrolijk aan door. Doe de detox. Tot haar ogen een kommetje colruyt-chocolat-bar-mix vonden. Een gil: een bouchéee, wat heerlijk! Mag ik de laatste? Natuurlijk wel, dan neem ik nog een mergpijpje. Gegierd hebben we gedaan, gehuild van het lachen. We wisten het toen zeker: twee soulmates hebben elkaar gevonden.
Geen slecht woord over guilty pleasures.

an-officer-and-a-gentleman-debra-winger-richard-gere